Hoofdlijnen

Financiële hoofdlijn

Uitgangspunt voor ons financiële beleid is een duurzame begroting. Een begroting met ruimte voor noodzakelijke investeringen in onze stad en inwoners, die financieel in evenwicht is en leidt tot een toereikend weerstandsvermogen om financiële tegenvallers op te kunnen vangen.

Voor 2024 (en 2025) presenteren we, zoals gezegd, een sluitende begroting. Dit is door het hogere accres van het gemeentefonds in deze jaren en door vrijvallen van een aantal reserveringen in verband met afnemende risico's. Ons weerstandsvermogen is en blijft op peil en is daarmee voldoende om tegenvallers op te vangen. In de Voorjaarsnota 2023 hebben we bewust keuzes gemaakt om een sluitend financieel beeld te presenteren en vast te houden aan de koers uit het coalitieakkoord. Vanaf 2026 ontstaat er, ondanks de genomen maatregelen in de Voorjaarsnota 2023, nog een structureel tekort van 21 miljoen euro. Dit tekort kan oplopen naar 35 miljoen euro als er geen reële compensatie van het rijk komt. Om afgewogen keuzes te maken over hoe om te gaan met dit structurele tekort worden er bij de Voorjaarsnota 2024 verschillende scenario’s uitgewerkt voor de jaren 2026 en verder. Hiermee geven we ook invulling aan het advies van de VNG om het effect van ontoereikende financiering vanaf 2026 zichtbaar te maken.

Onzekerheid naderende kabinetsbesluiten
Door de val van het kabinet afgelopen zomer is, bij het schrijven van deze begroting, de onzekerheid over een aantal onderwerpen toegenomen, zoals de uitwerking van de hervormingsagenda jeugd, asielopvang en de landelijke vreemdelingenvoorziening. Ook werken we steeds samen met het rijk aan een aantal grote opgaven zoals voor woningbouw en energietransitie. De onzekerheid heeft niet alleen betrekking op beleidsmatige richtingen en/ of nadere uitwerkingen, maar ook op de onzekerheid over de financiële compensatie van gemeenten hiervoor. Bovendien is er nog steeds geen duidelijkheid over de korting op het gemeentefonds vanaf 2026. Ondanks dat landelijk 1 miljard euro van de 3 miljard euro is teruggedraaid, zijn de inkomsten niet in balans met de taken die wij als gemeenten uitvoeren.

Geactualiseerd financieel beeld

Tabel Geactualiseerd financieel beeld 2024-2027   

                                x €1.000

Financieel beeld 2024 - 2027

2024

2025

2026

2027

Structureel

Begroting 2023

0

0

0

-21.072

-21.072

A

Ontwikkelingen en extra inzet

-43.535

-44.933

-27.570

-56.703

-55.392

B

Uitwerking financiële strategie

30.464

41.862

49.023

74.764

76.464

C

Amendementen

21

-31

Kasschuif

13.049

3.102

-21.453

3.011

0

Saldo Voorjaarsnota 2023

0

0

0

0

0

D

Meicirculaire 2023

-13.904

-13.414

-13.650

-15.131

-15.131

E

Aanpassing risico-inschatting

0

0

-4.000

-3.000

-3.000

F

Autonome mutaties

-968

-118

-118

-118

-118

G

Technische wijzigingen

8.883

8.121

-2.800

-4.159

-2.593

H

Dekkingsvoorstellen: afname risico’s

8.900

2.500

Kasschuif

-2.911

2.911

0

0

0

Begroting 2024

0

0

-20.568

-22.408

-20.842

I

Risico-inschatting inkomsten Rijk

0

0

-15.028

-15.028

-15.028

Tekort zonder reële compensatie Rijk

0

0

-35.596

-37.436

-35.870

Het geactualiseerd financieel beeld wordt hieronder kort toegelicht. Een gedetailleerde toelichting is opgenomen in het onderdeel Financiën (hoofdstuk actualisatie financieel beeld).

A Financiële ontwikkelingen uit de Voorjaarsnota 2023 (55,4 miljoen euro structureel nadeel)
De extra inkomsten van het rijk zijn niet toereikend om de autonome ontwikkelingen als prijsstijgingen (29,8 miljoen euro), stijgende kosten jeugdzorg en Wmo (21,2 miljoen euro) en overige knelpunten (5,8 miljoen euro) te compenseren.

B Uitwerking financiële strategie (76,5 miljoen euro structureel voordeel)

Met onze financiële strategie brengen we het financiële beeld in evenwicht en houden we onze buffers op peil. We nemen drie extra maatregelen ten opzichte van voorgaande jaren:

  • Een risico-inschatting van verwachte, maar ook onzekere rijksinkomsten en een extra kritische inschatting op het tempo waarin wij investeringen kunnen realiseren om zoveel mogelijk planningsoptimisme tegen te gaan (51,6 miljoen euro voordeel).  
  • Aanvullende compensatie van de begroting voor effecten van de inflatie 2022, deze wordt deels door het rijk gecompenseerd (0,3 miljoen euro nadeel).
  • Bijsturen op de begroting 2023 door ambities uit het coalitieakkoord te verlagen of vertragen, bezuinigingen op de reguliere begroting en kostendekkende tarieven voor extra beleidsinzet te verhogen (25,2 miljoen euro voordeel).

C Amendementen
Bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2023 in de raad zijn twee amendementen aangenomen en verwerkt, Fatsoenlijke ondersteuning zelfbeheer en Startbudget voor de Groene Verantwoordingsdag.
Deze zijn verwerkt in het financiële beeld.

D Meicirculaire 2023 (15,1 miljoen euro nadeel)
Het saldo van de meicirculaire geeft een structureel tekort en bestaat uit drie ontwikkelingen:

  • Risico-inschattingen (0,43 miljoen euro nadeel):

Korting gemeentefonds uit regeerakkoord van 3 miljard euro is deels teruggedraaid. De incidentele vergoeding voor 2026 van 1 miljard euro is nu structureel toegevoegd aan het gemeentefonds. Dit is 0,43 miljoen euro minder dat de verwachte 20 miljoen euro. De uitwerking van het akkoord over de jeugdhulp (april 2023) is voor 2024 en 2025 financieel vertaald in de meicirculaire. De inkomsten zijn echter 5 miljoen euro lager dan ingeschat bij de Voorjaarsnota 2023.

  • Wijziging van systematiek voor prijscompensatie (9,5 miljoen euro nadeel)

Vanaf het jaar 2026 is de hoogte van het gemeentefonds bepalend voor de prijscompensatie. Omdat het gemeentefonds vanaf 2026 flink in omvang daalt, daalt ook onze compensatie met structureel 6,1 miljoen euro. De in december 2022 aangekondigde extra compensatie van het gemeentefonds is verlaagd van 300 miljoen euro naar 127 miljoen euro. Dit geeft een structureel tekort van 3,5 miljoen euro.

  • Reguliere bijstellingen (5,2 miljoen euro nadeel)

Jaarlijks worden de WOZ-waarden en hoeveelheden aangepast aan recente prognose. Doordat de WOZ-waarde in Utrecht sterker stijgt dan het landelijk gemiddelde en het verwachte aantal bijstandsgerechtigden afneemt dalen onze inkomsten uit het gemeentefonds.

E Aanpassing risico-inschatting (3 miljoen euro nadeel)

In de meicirculaire zijn een aantal risico-inschattingen financieel vertaald, daarmee neemt het totaal aan risico’s af. Echter de kans dat de risico's zich voordoen is toegenomen. Voor de hervormingsagenda jeugd hebben wij vanaf 2026 een structureel bedrag begroot voor de nog te ontvangen inkomsten. De compensatie voor 2024 en 2025 (in de meicirculaire 2023) is minder ontvangen dan verwacht, daarom hebben wij de inschatting voor de komende jaren structureel verlaagd.

F Autonome mutaties (0,12 miljoen euro nadeel)

De aanvullende compensatie voor prijseffecten uit de Voorjaarsnota 2023 was niet toereikend voor de knelpunten van de bibliotheek (incidenteel) en VNG-contributie (structureel). Daarnaast is er budget voor de uitvoering van de uitkomsten van het burgerberaad gereserveerd. In de begroting is het benodigde budget aangevuld.

G Technische wijzigingen (2,6 miljoen euro nadeel)

In het proces van het opstellen van de Begroting 2024 zijn extra controles uitgevoerd op complexe financiële onderdelen, dit leidt tot enkele correcties op de berekening van de inkomsten uit het gemeentefonds, Algemene dekkingsreserve en salarisbegroting.
De herberekening van de salarisbegroting werkt door op de indexatie van OZB en heffingen en subsidie indexatie. De verlaging van indexatie van de OZB en heffingen is in de tarieven voor 2024 verwerkt, zie paragraaf Lokale heffingen. De subsidie index voor 2024 is niet verlaagd, omdat deze bij de Voorjaarsnota 2023 zijn gecommuniceerd naar onze partners en zij hier hun Begroting 2024 op baseren. In de Voorjaarsnota 2024 wordt deze lagere cao-indexatie verrekend.

H Dekkingsvoorstellen (11,4 miljoen euro incidenteel voordeel 2024 en 2025)
Een aantal risico's is afgenomen, daarom laten we een aantal bestemde budgetten vrijvallen:

  • Budget extreme prijsstijgingen (5 miljoen euro incidenteel). Wij hebben de budgetten van de begroting structureel verhoogd voor de inflatie 2022. Door de lagere inflatieverwachting is de reservering voor extreme prijsstijgingen niet meer noodzakelijk.
  • Algemene reserve (incidenteel 6,4 miljoen euro): de beschikbare weerstandscapaciteit is voldoende om de risico’s op te vangen. Daarmee kan het saldo van de Algemene reserve worden verlaagd, zie voor een toelichting de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing .   

I Risico-inschatting inkomsten Rijk (15 miljoen euro nadeel)
Wij hebben in deze begroting vanaf 2026 extra inkomsten van het Rijk opgenomen voor onder andere de compensatie voor jeugdhulp en het definitief afschaffen van de opschalingskorting.

Gezien de politieke druk om de jeugdzorg beter te regelen schatten wij in dat het nieuwe kabinet de ingezette lijn met de hervormingsagenda zal voortzetten. Voor de opschalingskorting schatten we het risico op geen of een lagere compensatie hoger in. Ondanks dat er geen beleidsmatige onderbouwing aan deze korting ten grondslag ligt (zoals ook door het CPB is aangegeven) kan deze korting worden aangemerkt als een voor de hand liggende bezuinigingsmaatregel voor het Rijk. Dit staat haaks op de uitgangspunten van de financiële verhoudingen, waarbij er sprake is van een evenwicht tussen de taken van gemeenten en de inkomsten van het rijk naast bijv. voldoende beleidsvrije ruimte voor gemeenten. Deze bezuiniging zal een impact hebben op de taken die gemeenten uitvoeren en er zullen in dat geval keuzes gemaakt moeten worden in wat we niet meer of minder gaan doen. Vooralsnog gaan we ervan uit dat het nieuwe kabinet uitgaat van goede bestuurlijke verhoudingen met een reële bekostiging van gemeenten en daar aanvullend middelen voor beschikbaar stelt vanaf 2026. Dit overeenkomstig bovengenoemde uitgangspunten van de financiële verhoudingen, het advies van het ROB en de constatering van het kabinet dat er sprake is van een disbalans tussen de inkomsten en taken van gemeenten.

Actuele financiële positie

Wendbaarheid in de toekomst
Reservepositie
Reserves zijn bedoeld om geld voor een langere termijn te reserveren, met als doel om bijvoorbeeld risico’s af te dekken of om een piek in de kosten over meerdere jaren te verdelen. De raad is bevoegd tot het vormen van een reserve (wat is het doel) en de mutaties (toevoegingen of onttrekkingen) aan de reserves. De reservepositie beweegt zich op een stabiel niveau.

Grafiek Ontwikkeling reservepositie


Weerstandsvermogen
Voor de periode 2024-2027 is voldoende weerstandscapaciteit beschikbaar om de te verwachten financiële risico’s op te kunnen vangen. De verwachting is dat het weerstandsvermogen de komende jaren gemiddeld 1,0 blijft. De gemeente Utrecht blijft hierdoor in staat om substantiële tegenvallers op te vangen zonder directe ingrepen in de begroting te hoeven door te voeren.

Schuldquote
De netto schuldquote geeft het niveau van de schuldenlast van de gemeente weer ten opzichte van het begrotingstotaal. Wij hanteren als norm voor onze netto schuldquote de lijn van het gemeenschappelijk financieel toezichtkader van de provincie. Dit toezichtkader hanteert een bandbreedte van 90-130%. Zoals uit de grafiek blijkt, ligt onze netto schuldquote op basis van de begroting 2024 onder deze bandbreedte. De begrote netto schuldquote loopt wel geleidelijk op. Dit komt door de toenemende investeringen in de groei van onze stad welke gefinancierd moeten worden. Nog wel zal moeten blijken hoe reëel deze verwachting gebaseerd op de investeringsambitie is, ondanks onze versterkte aandacht voor realistische planning van investeringsprojecten. De ervaring van de afgelopen jaren wijst uit dat de werkelijke schuldontwikkeling door onder andere planningsoptimisme telkens achterbleef bij de ramingen. Zo was bijvoorbeeld begroot dat de materiële vaste activa in 2022 met circa 181 miljoen euro zouden toenemen en dat is over dat jaar uiteindelijk uitgekomen op slechts circa 90 miljoen euro (ongeveer de helft). Redenen voor vertragingen zijn bijvoorbeeld personeelstekort, stijgende bouw- en materiaalkosten (vanwege onder andere schaarste) en planologische procedures.

Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft weer hoe de lokale lastendruk in de gemeente Utrecht zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Het geeft hiermee een indicatie van de ruimte om extra inkomsten uit belastingen te genereren. De belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten van een meerpersoonshuishouden van de gemeente in enig jaar te vergelijken met het landelijk gemiddelde in het voorafgaande jaar en uit te drukken in een percentage.

In 2024 neemt de belastingcapaciteit van Utrecht toe met 7,1% ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Onze belastingdruk komt uit op 117,5% van het landelijke gemiddelde. Vanaf 2024 gaat de gemeente over van twee tariefklassen naar vier tariefklassen voor de afvalstoffenheffing. Hierdoor ligt het tarief voor meerpersoonshuishouden hoger ten opzichte van voorgaande jaren. De tarieven voor afvalstoffenheffing zijn bepaald overeenkomstig amendement 82 De vervuiler betaalt.

Investeringen in onze stad en inwoners

We investeren jaarlijks vele miljoenen euro’s in de groei van onze stad en om de stad in goede staat te houden en te verbeteren. Zoals ook uit de grafiek Netto schuldquote blijkt nemen onze bezittingen door deze investeringen (vaste activa) toe.
Bij deze begroting autoriseert de raad voor 2024 in totaal 178,3 miljoen euro aan nieuwe investeringskredieten. De investeringskredieten zijn als volgt over de programma’s verdeeld:

In de programma's worden de investeringen nader toegelicht.

Beïnvloedbaarheid

Op het niveau van de doelstellingen binnen een programma biedt deze begroting inzicht in de beïnvloedbaarheid van de uitgaven. De informatie over de beïnvloedbaarheid kan worden gebruikt bij beoordelingen van bijvoorbeeld takendiscussies. De beïnvloedbare ruimte kan alleen worden ingezet voor nieuw beleid als de bestaande kaders/activiteiten worden aangepast. De beïnvloedbare ruimte hebben we binnen de programma's daarom ook voorzien van inhoudelijke duiding.

Op een begrotingstotaal van 2 miljard euro (lasten 2024) hebben we 337 miljoen euro aan beïnvloedbare ruimte. Dit is 15,9% van het begrotingstotaal. De beïnvloedbaarheid neemt in de jaren toe. In 2027 is de beïnvloedbare ruimte 22,0% van het begrotingstotaal (406 miljoen). Onderstaande grafiek toont de beïnvloedbare ruimte per programma in euro's voor begrotingsjaar 2024.

Onderstaande grafiek toont de beïnvloedbare ruimte per programma in percentages voor begrotingsjaar 2024.

Samenvattend

We presenteren een sluitende begroting voor zowel 2024 als in 2025. We hebben nog steeds een goede financiële positie. We hebben een stabiele reservepositie. We beschikken over voldoende weerstandsvermogen en onze schuldquote bevindt zich binnen de gewenste bandbreedte. We kunnen nog voldoende investeren in de groei van onze stad. De lokale lastendruk van de gemeente Utrecht neemt wel toe in vergelijking tot het landelijke gemiddelde. Gezien de verwachte tekorten vanaf 2026 in onze meerjarige begroting zullen we ons gaan voorbereiden op de komende onzekere tijden.  

Deze pagina is gebouwd op 11/08/2023 12:43:23 met de export van 11/08/2023 12:22:10