In het onderstaande overzicht staan de top tien risico’s met de grootste financiële impact kort toegelicht, inclusief de genomen beheersmaatregelen. Deze top tien telt op tot een benodigde weerstandscapaciteit van 54,5 miljoen euro. De top 10 risico's bedraagt dus 90% van de totaal benodigde weerstandscapaciteit.
x 1.000.000 | |||
Risico | Maatregelen | Gemiddeld financieel gevolg (50% zekerheid) | Bijdrage benodigde weerstands-capaciteit (90% zekerheid) |
---|---|---|---|
1. Stationsgebied | Slimme ontwikkelingsstrategie en actieve marketing vastgoedprojecten, gemeentebrede proposities. | 12,2 | 16,6 |
Het Stationsgebied blijft een complex en daardoor risicovol project. De uitvoering is ver gevorderd, maar tegelijkertijd worden er ook nog (detail-)onderhandelingen gevoerd met marktpartijen over de vastgoedprojecten. De uitvoering brengt ook nieuwe complexiteit met zich mee die te maken heeft met het bereikbaar, leefbaar en veilig houden van het gebied. Uit de risicoanalyse komen de volgende belangrijke risico’s naar voren (in willekeurige volgorde):
| |||
2. Geheim risico | 11,9 | 16,2 | |
Geheim risico met betrekking tot het programma aantrekkelijke en groene leefomgeving | |||
3. Autonome groei jeugdwet en WMO | Bij de besluitvorming rond de voorjaarsnota is gekozen voor een alternatief scenario 2, aangepast door het amendement ‘Utrechtse basis is een absoluut minimum bij bezuinigingen’. Dit geeft aan dat de oplossingen voor het verwachte tekort moeten worden gevonden in het brede sociale domein op basis van de inhoudelijke uitgangspunten dat we:
| 9,7 | 13,1 |
Taakstelling jeugdwet en Wmo (15,4 miljoen euro) De vraag neemt toe en is sterk afhankelijk van externe factoren als prestatiedruk bij jeugd, vergrijzing en inzet op langer thuis wonen. Daarnaast neemt zorgduur en opvang toe door complexere problematieken en krapte op de woningmarkt waardoor uitstroom stagneert. In de Voorjaarsnota 2023 hebben we aangegeven structureel tekorten te verwachten op Jeugd en Wmo. Daarbovenop bestaat het risico dat we de taakstelling op sociaal domein in 2024 nog niet volledig realiseren. De maatregelen die we treffen, hebben tijd nodig om tot effect te komen. | |||
4. Onzekere inkomsten gemeentefonds | Actieve lobby richting Rijk samen met G4, VNG en 100.00+ gemeenten | 2,5 | 3,4 |
Vanaf 2026 komt er een nieuwe financieringssystematiek voor het gemeentefonds, deze is in de meicirculaire 2023 aangekondigd. Met de komst van deze systematiek wijzigt de groei van het gemeentefonds (accres) en de doorrekening van de indexatie. Met deze nieuwe systematiek wordt de korting op het gemeentefonds voor een deel opgelost, maar het blijft ontoereikend. In de meerjarenbegroting hebben wij een aantal aannames gedaan mbt compensaties vanuit het Rijk zoals bijvoorbeeld voor de herijking zelf, de Omgevingswet en Wet kwaliteitszorg bouw. In deze aannames schuilt een financieel risico. | |||
5. Bijstandsbudget (BUIG) | Het model is inmiddels uit-ontwikkeld, wel zullen we ons blijven inzetten voor verdere (kleine) verbeteringen van het model die recht doen aan de Utrechtse situatie. | 1,2 | 1,6 |
Het risico is dat het jaarlijkse budget dat Utrecht vanuit het Rijk ontvangt voor de Participatiewet en BBZ onvoldoende is voor de uitkeringslasten. Iedereen die een uitkering aanvraagt en daar recht op heeft ontvangt de uitkering vanuit de gemeente, maar het jaarlijkse budget dat gemeentes hiervoor ontvangen hangt af van de landelijke ontwikkelingen in het macrobudget en het verdeelmodel (het verdelingspercentage per gemeente). | |||
6. Opvang vluchtelingen Oekraïne | Als de taakstelling en bekostigingsregeling afloopt onderzoeken we welke andere doelgroepen we in tijdelijke opvanglocaties onder kunnen brengen. Daarnaast zullen we bij het Rijk lobbyen voor een overgangsregeling. Het is ook mogelijk om enkel opvang te organiseren voor de periode dat de bekostiging van het Rijk gegarandeerd is. | 0,8 | 1,0 |
Het Rijk heeft de gemeenten, waaronder de Gemeente Utrecht, gevraagd te voorzien in opvangplekken voor Oekraïense vluchtelingen. Hoewel de kosten gecompenseerd worden is nog geen duidelijkheid over de vraag naar opvangplekken en dus ook niet tot wanneer de regeling van het Rijk loopt. Tegelijkertijd lopen er meerjarige financiële verplichtingen waarmee we aan het eind van deze verplichtingen financieel risico lopen wanneer het niet meer nodig is om Oekraïense vluchtelingen op te vangen. | |||
7. Prijsstijgingen | We zullen de ontwikkelingen blijven volgen en in de Voorjaarsnota 2024 hierop terugkomen | 0,7 | 0,9 |
Wereldwijd zijn de prijzen vanaf 2022 sterk gestegen. Dit als gevolg van de oorlog in Oekraïne en schaarste van materialen. | |||
8. Armoedebeleid | We schatten het bereik voor het komende jaar zo goed mogelijk in. Gedurende het jaar monitoren we het gebruik van de armoederegelingen nauwgezet (uitgaven, bereik, besteding U-pas tegoed etc.). Zo nodig kijken we waar binnen de armoedebegroting kan worden bijgestuurd. Vanwege het open einde karakter zijn de mogelijkheden in het jaar zelf beperkt. In een volgend jaar is bijsturing op het niet wettelijke deel van de regelingen mogelijk | 0,6 | 0,8 |
De voorzieningen in het armoedebeleid hebben een open einde karakter, waardoor de gemeente een financieel risico loopt. Vanwege de verhoging van het minimumloon met 10% per 1 januari 2023, de inzet op verhogen van het bereik van de regelingen en het doorwerken van de koopkrachtcrisis is het risico hoger. | |||
9. Bodemverontreiniging | Alleen als er sprake is van een humaan risico zal de gemeente op basis van haar gezag gebaseerd op de Wet Bodembescherming de saneringskosten op zich nemen. | 0,4 | 0,5 |
Het risico bestaat dat bij de taakuitvoering van de gemeente, bijvoorbeeld in het kader van een gebiedsontwikkeling of het beheer van openbare ruimte, bodemverontreiniging wordt aangetroffen welke moet worden gesaneerd. In principe moet de veroorzaker van de verontreiniging de kosten van sanering betalen, of als die niet bekend is, de eigenaar van de grond. Omdat de veroorzaker veelal niet meer te achterhalen is, is de gemeente als eigenaar van de openbare ruimte verantwoordelijk voor de kosten. | |||
10. Vertraging vastgoedprojecten | Actieve benadering van de arbeidsmarkt | 0,3 | 0,4 |
Het risico dat vastgoedprojecten vertraging oplopen door onvoldoende beschikbaar personeel. Als gevolg hiervan hogere kosten en uitstel van de ambitie | |||
Bijdrage top 10 risico’s aan benodigd weerstandscapaciteit | 54,5 | ||
Totaal benodigd weerstandscapaciteit | 60,6 |